Agentschap voor de promotie in het buitenland en de internationalisering van de Italiaanse bedrijven
Afdeling ter Bevordering van de Handelsbetrekkingen van de Ambassade van Italië
Kantoor Brussel
ITALIË : WIJNOOGST 2011
Hoeveelheid : een verdeeld Italië
Kwantitatief was Italië qua wijnoogst rond half augustus in tweeën te delen. In Noord- en Midden-Italië was er sprake van een homogene productie die gelijk bleef of afnam tot 5% onder het niveau van 2010. Uiteindelijk werd een productie bereikt die neerkwam op gelijkblijvend tot een toename van 15% vergeleken met het voorgaand jaar. In Zuid-Italië was er aanvankelijk sprake van een productieafname van tussen de 5% en 20%. Uiteindelijk kwam de productiehoeveelheid hier uit op een afname van tussen de 10% en 25%. Enkel de regio Sardinië viel uit de toon met een productietoename van 5%, nadat het al drie opeenvolgende jaren een afname had gerapporteerd. Uiteindelijk schommelen de schattingsgetallen tussen de 55 en 58 miljoen kwintaal druiven die met de gebruikelijke omzettingscoëfficiënt van 75% zullen uitmonden in 40,3 miljoen hl, hetgeen neer zou komen op een afname van 14% in vergelijking met 2010. Daarmee zou dit de minst omvangrijke oogst van de afgelopen 60 jaar zijn. Voor een gelijkaardig oogstvolume zouden we terug moeten kijken naar het jaar 1948. De Veneto is voor het vijfde jaar op rij de meest productieve regio met 7,93 miljoen hl. De Veneto , Emilia Romagna, Apulië en Sicilië samen produceren ongeveer 23,5 miljoen hl, ofwel 60% van de gehele Italiaanse wijnproductie. In de zuidelijke regio’s heeft de productieafname een structureel karakter daar zij te wijten is aan de gesubsidieerde extirpatie en het definitief stopzetten van wijnbouw in het jaar 2010 (9.300 ha).
Kwaliteit :
Helaas heeft de maand september dit jaar “niet het verschil kunnen maken” met als gevolg dat de kwaliteit van de druiven en van de wijnen zeer heterogeen is. In een en dezelfde regio zijn de wijnen daarom soms afwisselend goed tot uitstekend maar soms ook middelmatig tot uitstekend. Dankzij de gezonde conditie van de druiven heeft de wijn zijn kwaliteit kunnen behouden. De bevindingen in de wijnkelders bevestigen de uitstekende kwaliteit van zowel de vroeg als van de laat geoogste druiven. Een zekere heterogeniteit is waar te nemen in de wijnen die door de weersomstandigheden op een minder opportuun moment geoogst zijn. In alle wijnen is duidelijk de alcohol waarneembaar die niet altijd ondersteund wordt door een evenredige zuurtegraad. De geografische situatie heeft daarom wederom iets weg van een luipaardvel. Samengevat is het oogstjaar 2011 voor de witte wijnen zeer interessant, met uitlopers naar uitstekend en naar excellent. De rode wijnenlaten een niet mis te verstaan polyfenolisch karakter zien met een veelbelovende evolutiemogelijkheid.
Marktsituatie :
De gegevens van het eerste semester van 2011 laten een verdere toename zien in vergelijking tot 2010 (met toen +11,9% in waarde en 11% in volume) en wel van 14,1% in waarde en van 15,4% in volume. De sector herpakt zich zichtbaar. Een puike prestatie, daar in 2010 50% van de wijnproductie geëxporteerd werd, waardoor de voorzichtige conclusie mag worden getrokken dat de Italiaanse wijn internationaal weer in de lift lijkt te zitten. Deze gegevens worden bevestigd door de groothandelsprijzen van de druiven, most en wijnen in bijna alle regio’s die variëren van +5% tot +35% voor de meest gevraagde druivensoorten. Ter vergelijking: in 2010 waren de prijzen gelijk aan die van 2009, die op hun beurt een daling hadden ondergaan van maar liefst 30% in vergelijking met 2008.
PIEMONTE
Hoeveelheid : -10% ten opzichte van 2010
In de oogstperiode had het weer een warm en lichtrijk karakter vaak met veel wind en weinig regenbuien, wat bijdroeg tot een evenwichtige rijping van de rode druiven. De dag- én de nachttemperaturen waren bovengemiddeld hoog voor het seizoen, wat bijdroeg tot het fenomeen van verdroging van de druiventrossen, met hier en daar beperkte gevallen van indroging waardoor de hoeveelheid geoogste druiven afnam. De vroegtijdige rijping die zich voordeed bij de vroegrijpe druiven was ook bij andere druivensoorten merkbaar. De oogst van de Chardonnay en Pinot voor de schuimwijn Alta Langa begon op 18 augustus, op de 23ste van diezelfde maand waren de Moscato en de Brachetto aan de beurt. De oogstwerkzaamheden van de twee laatstgenoemden hebben iets versneld plaats moeten vinden in verband met de temperatuurstijging in de laatste twee weken van augustus. Vervolgens waren de Dolcetto en de Barbera druiven aan de beurt, op de voet gevolgd door de Nebbiolo voor de Barolo en de Barbaresco, waarvan de pluk werd beëindigd in de eerste week van oktober en waarmee de oogst ten einde kwam.
De gezondheidstoestand van de druiven is uitstekend en wordt gekenmerkt door intacte dikke en stevige schillen met vruchten van beperkte omvang die, deels, een lagere hoeveelheid geproduceerde wijn zou verklaren. In hoeveelheid wordt er inderdaad een gemiddelde productieafname geschat van 10% in vergelijking met 2010. De druiven hebben een hoog suikergehalte waardoor de wijn veel alcohol zal bevatten die evenwel tegenwicht wordt geboden door een juiste zuurtegraad. De Moscato heeft een goede concentratie van aroma’s en is voldoende qua zuurgehalte. De rode wijnen daarentegen worden gekenmerkt door een intense kleur, vooral goed zichtbaar in de Barbera, daar waar de Nebbiolo voor de Barbaresco en de Barolo opvallen door een grootse geurrijkdom en zachte tannine vanwege de uitstekende fenolische rijpheid. De markt laat een toename in de prijs van most en wijnen zien in vergelijking met vorig jaar.
LOMBARDIJE
Hoeveelheid : gelijk aan 2010
De productie, die aanvankelijk overvloedig leek, is gereduceerd door het vroegtijdig afvallen van de druiven (vooral de Croatina-druif in de Oltrepò), door hevige regenbuien zoals dat half juni gebeurde, eveneens in de Oltrepò, waarbij 700 ha van het meest geschikte productiegebied voor de Pinot nero bijna geheel teniet werd gedaan. De eerste tien dagen van augustus werden gekenmerkt door temperaturen die onder het gemiddelde voor het seizoen lagen terwijl de warmte de rest van de maand intens was bij een droog klimaat, hetgeen een licht verlies aan zwelling van de rode druiven veroorzaakte gevolgd door een vermindering van de hoeveelheid, dit ten faveure van het suikergehalte. In Franciacorta werden de eerste vroegrijpe trossen voor de bases voor schuimwijnen vanaf 8 augustus geplukt. In de Oltrepò is de oogst na 15 augustus met de pluk van de Pinot begonnen om vervolgens in de derde week te beginnen met de witte en de aromatische druiven. Onmiddellijk daarna, door toedoen van de warmte, zijn de eerste trossen geplukt die in de meest daaraan blootgestelde wijngaarden, onder de zon begonnen te lijden. Het zwaartepunt van de oogst van Barbera en Croatina vond plaats in de derde week van september en duurde tot aan de eerste dagen van oktober. De kwaliteit van de witte wijnen is uitstekend, met de juiste suikergradatie en een goede opbouw van appelzuur. Hetzelfde geldt voor de rode druiven die daarbij ook een goede polyfenologische opbouw hadden. De Valtellina had een vegetatieve voorsprong van ongeveer 10 dagen. De weinige witte druiven zijn vanaf half september geplukt, terwijl de oogst van de Chiavennasca in de eerste week van oktober begon om voorts te eindigen in de eerste helft van diezelfde maand. In Oltrepò Pavese laat de groothandelsmarkt een toename van 10-15% zien terwijl de Moscati een stijging van maar liefst 35% ten opzichte van 2010 laat optekenen.
TRENTINO ALTO-ADIGE
Hoeveelheid : -5% ten opzichte van 2010
In het gebied rondom Trento liep de oogst in de eerste week van oktober ten einde met de laatste trossen Cabernet sauvignon, Groppello in Val di Non en Enantio in Vallagarina. Maar de niet onaanzienlijke oogst was praktisch al op eind september beëindigd, waarmee dat gemiddeld een tiental dagen eerder was dan het jaar ervoor. Een snelle oogst, in het teken van het goede weer waardoor een kwaliteit van hoog niveau werd binnengebracht met een hoog suikergehalte en druiven die in goede gezondheid verkeerden. In het hele gebied constateren we een afname van bijna 10%. Deze teruggang is te wijten aan een niet altijd optimale bloei, aan de hagelbuien van medio september en ten slotte aan de warmte en de droogte van eind augustus en begin september, die het gemiddelde gewichtvan de trossen deed afnemen en hetgeen een kleine gemiddelde afname in de opbrengst druif/wijn opleverde. Ook het gebied rond Bolzano werd gekenmerkt door zeer warme dagen en zeer weinig neerslag, met uitzondering van medio september, toen er een plotse daling van de temperatuur optrad en er sneeuw is gevallen boven de 1000m. De kwaliteit van zowel de witte als de rode druiven is uitstekend, met een iets hoger suikergehalte dan in 2010. In Alto Adige, waar een kwantitatieve toename werd vastgesteld van ongeveer 5% in vergelijking met het voorgaande jaar, worden de oogstactiviteiten rond 25 oktober afgesloten met de pluk van de laatste trossen Gewürztraminer en Cabernet. In de gehele regio verwacht men een uitstekende kwaliteit van witte wijnen, terwijl voor de rode wijnen geldt dat alle voortekenen erop wijzen dat ze het millesime groots zullen bezegelen. Zeer interessant in Trentino is de kwaliteit van de Pinot grigio met een intense en delicate fruitgeur. De Teroldego en de Marzemimo vertonen een zelden geziene uitstekende kleur met rijpe, niet agressieve tannines. In heel Trentino Alto Adige schat men dat er sprake is van een kwantitatieve afname van 5% in vergelijking met 2010.
VENETO
Hoeveelheid : -5% ten opzichte van 2010
In de omgeving van Verona, Vicenza en Padova had de pluk een voorsprong van gemiddeld 7 dagen. De warmte gedurende de laatste twee weken van augustus heeft, in het bijzonder bij de Merlot, Cabernet en de Pinot grigio, een verlaging van de opbrengst druif/wijn veroorzaakt door concentratieverlies, door het verlies van vocht in de trossen. Op 17 augustus begonnen de oogstwerkzaamheden voor de vroegrijpe druiven. Het binnenbrengen van de druiven voor Bardolino, Valpolicella en Soave begon in de eerste week van september. Extreem positief was de situatie voor de wijnen Amarone en Recioto, die hebben kunnen profiteren van een indroogproces met volledig gezonde en droge druiven. Bij de Bardolino en de Valpolicella is een kwantitatieve afname waargenomen van 5-10%, terwijl bij de Soave een stabiele productie is vastgesteld in de heuvels en een toename van 5% op de vlakten. In de omgeving van Treviso, Venetië en Rovigo is de pluk rond 20 augustus begonnen voor de vroegrijpe soorten, een week eerder dan het voorgaande jaar. Dankzij een uitstekende stabiliteit van de weersomstandigheden en de optimale gezondheid van de druiven, zijn de oogstwerkzaamheden zeer regulier verlopen, zodanig zelfs dat de pluk ongeveer 10 dagen langer duurde dan gebruikelijk. Rond 10 september is men begonnen aan de trossen Prosecco, gevolgd door de Cabernet. Het binnenbrengen werd half oktober beëindigd met de Raboso. Wat betreft de kwantiteit van de wijn rekent men op een afname van 10-15% voor de Pino grigio, terwijl voor de Prosecco wordt berekend dat het gelijk zal blijven. Rekening houdend met de talrijke nieuwe aanplantingen van de afgelopen drie jaar, wordt de productiehoeveelheid berekend op gelijk aan het vorig jaar: in de gehele regio verwacht men daarentegen een afname van in totaal 5%. De onderhandelingen wijzen momenteel op prijsstijgingen van 10-15% voor de Prosecco Doc en van 15-20% voor de andere wijnsoorten, met uitschieters naar boven.
FRIULI-JULISCH VENETIË
Hoeveelheid : -5% ten opzichte van 2010
In Friuli-Julisch Venetië werd het eerste deel van augustus gekenmerkt door onverwachte temperatuursdalingen die bijgedragen hebben tot grote schommelingen tussen dag en nacht ten voordele van de witte druivensoorten. De periode tussen 10 en 20 augustus was getekend door droge warmte met wind, waardoor het rijpingsproces van de druiven vertraagd werd en waardoor tegelijkertijd eventuele aanvallen van botrytis werden afgewend. De oogst voor de basisschuimwijnen is voorzichtig en op sporadische wijze rond midden augustus begonnen terwijl de werkzaamheden voor de andere soorten nog tot het einde van die maand op zich lieten wachten. De pluk van de rode druiven is medio september begonnen, met het binnenbrengen van de Merlot en de Cabernet. De oogstwerkzaamheden in Friuli-Julisch Venetië zijn in de laatste tien dagen van september geëindigd met de druiven Verduzzo, Refosco, Picolit en Ramandolo. De oogst werd gekenmerkt door gunstige weersomstandigheden waarbij de droge warmte en de aanzienlijke windstroom bijdroegen tot een kwaliteitsverhoging. De most die verkregen werd, zij het uit handgeplukte dan wel machinaal geoogste druiven, laat een uitstekend suikergehalte en een goede zuurtegraad zien. De fermentaties verliepen regulier en de eerste analyses van de nieuwe wijnen tonen interessante waarden. Dit werd bevestigd door de eerste smaak-, geur- en kleuranalyses die duiden op een complex aroma en een gelijkaardige smaak, hetgeen hoopvolle verwachting schept voor wijnen met een rijke structuur, geur en kleur. De productie bleef echter achter bij het voorgaand jaar en wel met 5%. Dit werd gedeeltelijk veroorzaakt door de transpiratie van de druiven vanwege de hoge dagtemperaturen. De productiehoeveelheid wordt geschat op 1.270.000 hl wijn. De prijsonderhandelingen verlopen uitstekend met stijgingen van 15-20% voor de druiven Pinot grigio, Sauvignon, Ribolla Gialla en Prosecco, terwijl de rode varianten prijsstabiliteit laten zien.
EMILIA-ROMAGNA
Hoeveelheid : -15% ten opzichte van 2010
De tweede helft van augustus werd in Emilia Romagna gekenmerkt door zeer hoge gemiddelde temperaturen, van steeds boven de 30°C, tot aan de twintigste van die maand toen enkele regenbuien (15/20 ml), de eerste sinds eind juli, de temperatuur met 10 graden deden dalen. Deze steeg vervolgens weer gestaag naar het einde van september en begin oktober toe. De weersomstandigheden hadden een positief effect op de koeler gelegen wijngaarden op de vlakten en in enkele valleien, maar tegelijkertijd benadeelden ze de heuvelgebieden wat betreft de kwantiteit. De oogst begon op 16 augustus, ongeveer een week vroeger dan gebruikelijk, met kleine partijen Chardonnay voor de basisschuimwijn en werd op 22 augustus voortgezet met de Pinot bianco, gevolgd doorde Albana en de eerste Trebbiano, Pignoletto, Spergola en Malvasia in de eerste dagen van september voor de productie van de basis voor schuimwijn en sprankelende wijnen Zij werden gevolgd door de Ciliegiolo, de Lambrusco Salamino en vervolgens door de Sangiovese di Sorbara, die al tijdens de eerste 10 dagen van september werden geplukt om uiteindelijk te besluiten met de trossen Cabernet Sauvignon en Uva Longanesi. De oogstwerkzaamheden eindigden op 15 oktober. De gezondheidstoestand van de druiven is optimaal met een toegenomen suikergehalte van 10% en een afname van de zuurtegraad. Bij het oversteken van de rode wijnen valt een zeer interessante rijkheid aan kleur te bemerken. Wat de kwaliteit aangaat zijn er vele uitschieters naar uitstekend te verwachten zowel van de wijnen afkomstig uit de witte variëteiten als van de Sangiovese en Lambrusco. Wat de kwantiteit betreft is in de gehele regio een afname waarneembaar van 15% in vergelijking met de oogst van 2010. De markt van de druiven heeft prijsstijgingen van 40% laten zien in vergelijking met de voorgaande oogst, onder druk van de verwachtingen van een magere oogst met een hoog suikergehalte, alsook de geslonken voorraad in de wijnkelders. De wijnprijzen daarentegen lieten een stijging van 25%-30% zien in vergelijking met dezelfde periode tijdens de vorige oogst en deze prijsstijging lijkt zich voort te zullen zetten.
TOSCANE
Hoeveelheid : -15% ten opzichte van 2010
Vanaf medio augustus tot begin oktober hebben de hoge temperaturen en de afwezigheid van neerslag de oogstwerkzaamheden in alle wijnbouwgebieden van Toscane bespoedigd. De oogst begon op 20 augustus in de Maremma en op 25 augustus in de andere gebieden met de vroegrijpe soorten. De plukperiode vond in een kort tijdsbestek plaats vanwege de weersomstandigheden. In enkele gebieden, met name van de Merlot, waarvan de druiven in de eerste dagen van september werden binnengebracht, is onverwacht indroging van de druiven opgetreden, veroorzaakt door de afwezigheid van neerslag en de hoge temperaturen. De rode druiven in de streek van Bolgheri en van de Morellino di Scansano, en de witte druiven in San Gimignano voor de productie van de Vernaccia, zijn in de eerste 10 dagen van september geplukt. De oogst werd voortgezet met de basisdruiven voor de Chianti, de Chianti Classico en de druiven voor de productie van de Carmignano, de Vino Nobile di Montepulciano en de Brunello di Montalcino. De werkzaamheden zijn half oktober afgesloten met de laatste trossen Cabernet, Petit Verdot en Sangiovese. De druiven zijn in uitstekende gezondheidstoestand afgeleverd maar met een druif-/wijnopbrengst die beneden gemiddeld ligt. De kwaliteit van de wijnen is in alle streken en voor alle typologieën interessant. Het klimaat en de weersomstandigheden hebben, vooral in de nazomer, voor een afname van de hoeveelheid van 15% gezorgd in vergelijking met vorig jaar. Wat betreft de groothandelsprijzen is er een toename waarneembaar van 10% in vergelijking met 2010, met uitzondering van de basisdruiven voor de Chianti die daarentegen een duidelijke daling laten zien. Voor de wijnen verwacht men een evenredige stijging.
Hoeveelheid : -20% ten opzichte van 2010
De eerste dagen van april met 30°C en de dagen van medio juli met 38°C werden gevolgd door enkele regenachtige periodes die de temperaturen voelbaar deden dalen. De ontkieming, de bloei en de vruchtzetting hebben in uitstekende omstandigheden plaatsgevonden en met een week voorsprong op het gemiddelde. In de Marken vond de oogst van 2011 plaats bij goed weer. De pluk begon met de vroegrijpe druiven (Chardonnay) na midden augustus, gevolgd door de Merlot en de Pecorino. De oogst was op z’n hoogtepunt tijdens de eerste tien dagen van september, toen de Verdicchio, de Sangiovese, de Maceratino, de Biancame en de Cabernet zijn binnengebracht. Voor de Montepulciano-druiven, die de basis vormen voor de DOCG's Conero en Offida en de DOC Rosso Piceno, maar ook voor de druiven voor Verdicchio “passito” is de pluk geëindigd in de eerste week van oktober. Voor de laatrijpe druiven eindigden de oogstwerkzaamheden halverwege die maand.
De hevige warmte die voortduurde tot in het naseizoen heeft de opbrengst druif/wijn wat doen afnemen. Wat betreft de hoeveelheid is er sprake van een productieafname van 20% in vergelijking met het vorig jaar. Hiermee komen de schattingen uit op een productie van ongeveer 740.000 hl in vergelijking met 927.000 hl in 2010. Deze afname is voornamelijk te wijten aan extirpatie en aan de “groene oogst”. De eerste analyses van de nieuwe wijnen laten een goede kwaliteit voor alle typologieën zien met verscheidene uitschieters naar uitstekend. De markt laat een prijstoename van 10-15% zien voor de druiven in vergelijking met 2010. Voor alle typologieën van de nieuwe wijnen is er sprake van een gemiddelde toename van ongeveer 10% in vergelijking met dezelfde periode van het vorig jaar.
LATIUM
Hoeveelheid : -10% ten opzichte van 2010
Het seizoen is met een voorsprong van 10 à 15 dagen in de vegetatieve cyclus van start gegaan. In mei, tijdens de bloeiperiode, hebben de wijngaarden te lijden gehad onder de gevolgen van een meteorologische storing die twee weken duurde, waardoor er vooral bij de vroegrijpe soorten problemen zijn opgetreden met de vruchtzetting met als gevolg een productiedaling. Om die reden lopen de kwantiteit en de kwaliteit van gebied tot gebied uiteen. Er is sprake van een totale afname van 10% in vergelijking met de oogsten van 2009 en 2010, die overigens ook aan de “groene oogst” te wijten is. De voorsprong bij aanvang is gedeeltelijk (één week) gecompenseerd door de regenval van eind juli. De pluk van de vroegrijpe soorten begon midden augustus. De laatste tien dagen van augustus werden gekenmerkt door grote temperatuurschommelingen, met waarnemingen van verschillen van maar liefst 15°C tussen dag en nacht. Dit had een verhoging van kwaliteit tot gevolg omdat de druiven hun zuurtegraad behielden en de rode druiven een grotere synthese aan polifenolen vertoonde, daar waar de witte druiven meer aroma’s vasthielden. De oogst van de rode druivensoorten in de Castelli Romani (Sangiovese en Montepulciano) begon rond 20 september en duurde voort tot de eerste tien dagen van oktober. De pluk eindigde medio oktober in de regio Frosinone met de traditioneel laatrijpe soorten als de Cesanese di Affile. De eerste analyses laten witte wijnen met een goed, soms iets te hoog alcoholgehalte zien, die tegelijkertijd, wegens de flinke zuurtegraad een goede evenwichtige smaak vertonen. De rode wijnen zijn rijk van kleur en geur waar nog bij komt dat de uitzonderlijk hoge temperaturen van begin oktober in het voordeel van de malolactaatgisting is geweest daar waar dit voorzien was. De geringe productie heeft de groothandelsprijzen van de druiven en vervolgens ook de wijnen doen opveren, in het bijzonder die van de IGT Lazio en voor enige benaming (Castelli Romani) die tot enige tijd geleden geen levensteken meer leek te geven.
ABRUZZEN
Hoeveelheid : -20% ten opzichte van 2010
Tot eind mei heeft het overal in de Abruzzen geregend en was het koud. Ook in de maand juni gaf het kwik een lager dan gemiddelde temperatuur aan. Deze omstandigheden hebben de fenologische fasen van de wijngaarden doen vertragen. De ontwikkeling van de vegetatie was edoch bloeirijk en overvloedig. In enkele, meer in het binnenland gelegen gebieden, zijn soms heftige hagelbuien waargenomen die hun wissel hebben getrokken op de algemene productie. Vanaf augustus heeft het niet meer geregend, een situatie die voortduurde tot aan de eerste week van oktober. Zestig dagen van ononderbroken warmte hebben gezorgd voor een lichte vervroeging van de oogst voor zowel de witte als de rode druiven. Er is een verschil in rijping aangetroffen al naar gelang de streek en het teeltsysteem. De pergolateelt heeft in dit verband een grote bestendigheid laten zien in vergelijking met de klassieke rijenteelt, vooral waar men heeft moeten aftoppen en waar buitensporige ontbladering werd doorgevoerd. Kwantitatief schat men een productieafname van meer dan 20% in vergelijking met 2010. Op de afname hebben, buiten de droogte, ook de extirpatie en de door de Europese Unie gefinancierde herstructureringen hun stempel gedrukt. De vroegrijpe witte druiven (Chardonnay en Pinot grigio) zijn van 20/25 augustus geplukt. Voor de andere variëteiten witte druiven, Trebbiano, Malvasia, Passerina en Pecorino, hebben de oogstwerkzaamheden tussen eind augustus en de eerste dagen van september plaatsgevonden en hebben soms tot aan het einde van de maand voortgeduurd. Samenvallend met deze periode, vond in de laatste week van september de oogst van de rode druiven plaats. Deze begon met de Sangiovese en werd voortgezet met de Merlot en de Cabernet. De Montepulcianodruiven zijn tot 20 oktober geplukt. Wat de markt aangaat vinden er gunstige onderhandelingen en productverhandelingen plaats met prijzen die 25-30% hoger liggen dan het voorgaand jaar.
CAMPANIË
Hoeveelheid : -15% ten opzichte van 2010
Ondanks hoogten en laagten hebben de weersomstandigheden de vegetatieve fasen regulier laten verlopen, geheel volgens de seizoensgemiddelden, waarbij de initiële verwachting van een vervroegde cyclus in de gehele regio teniet werd gedaan. Begin augustus werd gekenmerkt door hogere temperaturen en temperatuurschommelingen van 15/18°C. De weersveranderingen hebben geen invloed gehad op de gezondheidstoestand van de druiven die in goede staat is gebleven, zij het met een productieafname van ongeveer 15% in vergelijking met de vorige jaargang. Deze afname is voornamelijk te wijten aan de vrieskou tijdens de ontkieming en meer nog aan de opbrengstafname druif/wijn die hier en daar zelfs op 15-20% lag in vergelijking met 2010, voornamelijk veroorzaakt door de grote warmte die de rijpingsfase kenmerkte (vanaf eind augustus tot aan de eerste dagen van oktober). De oogst begon medio september met de pluk in de regio Caserta van de druiven Asprinio en van de Fiano in de Cilentostreek. Voorts zijn bij Benevento de trossen Falanghina geplukt, gevolgd door de Fiano en de Greco di Tufo bij Avellino in de eerste 10 dagen van oktober. Bij de Campi Flegrei (ten noorden van Napels) begon de pluk van de Piedirosso in de laatste 10 dagen van oktober. Zoals gebruikelijk was de laatste druivensoort die geplukt werd de Aglianico voor de productie van de docg Taurasi bij Avellino in de eerste week van november. De analyses in de wijnhuizen bevestigen het grote potentieel om rijke wijnen met goede karaktereigenschappen en persoonlijkheid te verkrijgen. Dit alles laat uitschijnen dat het een jaargang wordt van interessante kwaliteit, die over het geheel genomen goed te noemen is met verscheidene uitschieters naar uitstekend. De groothandelsprijzen voor de druiven wezen op prijsstijgingen van ongeveer 10% in vergelijking met dezelfde periode afgelopen jaar.
APULIË
Hoeveelheid : -20% ten opzichte van 2010
Nu de volledige pluk achter de rug is wijzen de ramingen op een productieafname van meer dan 20% in Apulië. Als hoofdoorzaak is de bloeiperiode van de wijngaarden aan te wijzen, die gekenmerkt werd door verzengende hitte in juli/september maar ook de extirpatie, de “groene oogst” en de druif/wijn opbrengst die lager dan gemiddeld was. De pluk is een maand eerder begonnen in vergelijking met 2010. De eerste oogstwerkzaamheden begonnen op 11 augustus met het snoeien van de witte trossen Chardonnay, die traditioneel als eerste rijp zijn, gevolgd door die van de Sauvignon en de Pinot. De oogst is voortgezet met de autochtone Primitivo (in het gebied Manduria-Sava en Gioia del Colle) in de laatste week van augustus en de eerste dagen van september, terwijl voor de Negroamaro (in de Hoge en Lage Salento) tussen de tweede en de derde week van diezelfde maand de oogst plaatsvond. Voor de autochtone druivensoorten in het gebied van Castel del Monte (in het midden en in het noorden van de regio) werden de eerste druiven Bombino bianco, Bombino nero, Pampanuto, Montepulciano, Aglianico en Nero di Troia na de eerste tien dagen van september binnengebracht, dit duurde voort tot medio oktober. Ook in de autochtone wijngaarden uit de Itria-vallei (Verdeca, Bianco d’Alessano) werden de eerste trossen vanaf de derde week van september losgesneden, voor de druiven van de Tavoliere-hoogvlakte in het noorden gebeurde dit vanaf 20 september. De belangrijkste druivensoorten die de grootste productieafname vertoonden waren de Primitivo en de Negroamaro en een gedeelte van de druiven van Castel del Monte. Samengevat mag gerekend worden met toekomstige wijnen van uitstekende kwaliteit. De bevindingen in de kelders laten een karakteristiek aroma zien voor de witte wijnen en de rode wijnen blinken uit vanwege hun uitstekende kleurintensiteit, stevige structuur en harmonie. Het is belangrijk om op te merken dat de bestemming van de wijnproductie van Apulië in 2011 zal met 6% zal worden vergroot voor DOC en IGT- wijnen. De markt laat al naar gelang van het gebied en de wijnsoort prijsstijgingen zien met uitschieters van wel +35%.
SICILIË
Hoeveelheid : -25 % ten opzichte van 2010
De oogst begon voor de vroegrijpe witte druivensoorten (Pinot grigio, Sauvignon blanc en op enkele arealen de Chardonnay) medio augustus, enkele dagen eerder in vergelijking met het voorgaand jaar. In de derde week van diezelfde maand zijn de druiven Chardonnay, Viognier, Muller Thurgau en in het gebied rondom Syracuse de Moscato bianco geplukt. Na de pluk van de Merlot zijn eind augustus de Syrah, de Nero d’Avola, de Frappato en de Cabernet sauvignon geplukt. De witte autochtone variëteiten als de Catarratto, de Insolia en de Grillo zijn vanaf de laatste week van augustus binnengebracht en dit duurde nog voort tot de eerste dagen van oktober. De oogstwerkzaamheden eindigden op Sicilië rond 5 oktober met uitzondering van het gebied rond de Etna, waar de Nerello Mascalese tot aan medio die maand werd binnengebracht. De fermentatieprocessen verliepen regulier zonder noemenswaardige problemen. De eerste resultaten in de kelders laten een meer dan goede kwaliteit van de wijnen zien met diverse uitschieters naar uitstekend. De verzamelde data wijzen op een productieafname van 25% in de gehele regio in vergelijking met de vorige oogst. Deze afname komt voort uit zowel een fysiologische afname als uit de subsidiëring door Europa van de stopzetting van wijnbouw op meer dan 2.000 hectare, dan wel de vrijwillige stopzetting vanwege de zorgwekkende marktsituatie. Ook de “groene oogst” had er zijn aandeel in: dit betrof circa 13.000 hectare. In totaal was er sprake van een afname van wijnen en mosten van 1.400.000 hl. Voor de handelsprijzen zijn er voor de most toenames van 30% vastgesteld, voor de wijn treft men evenredige prijsverhogingen aan.
SARDINIË
Hoeveelheid : +5 % ten opzichte van 2010
Ook in Sardinië is vanaf 15 augustus een heftige temperatuurstijging gemeten veroorzaakt door de wind die vanuit het Noord-Afrika blies met uitschieters van meer dan 45°C in grote delen van het eiland met nauwelijks afkoeling tijdens de nacht. Deze situatie heeft voor een grote heterogeniteit in de wijngaarden gezorgd. De heuvels zonder irrigatie, die voor de hittegolf veelbelovende vooruitzichten hadden voor kwalitatief en kwantitatief goede resultaten, hebben door de aanhoudende extreme temperaturen helaas een hevige hydrische stress ondergaan met als gevolg stilstand in groei en in rijping. Dit heeft geleid tot productverlies in vele arealen, vooral in Noord-Sardinië. Gelukkig is de schade voorts beperkt gebleven door enkele welkome regenbuien die gepaard gingen met een duidelijke temperatuurdaling (vooral ’s nachts): dit alles heeft echter slechts gedeeltelijk het fysiologisch evenwicht van de wijngaarden kunnen herstellen. De oogstwerkzaamheden zijn medio augustus van start gegaan met de vroegrijpe soorten, tien dagen vroeger dan gemiddeld. Vanwege de hevige warmte is deze voorsprong nog toegenomen met een week. Na 10 september zijn de eerste autochtone druivensoorten van het eiland binnengebracht, te beginnen met de Vermentino, gevolgd door de Nuragus. De pluk van de rode druiven (Canonau en Carignano) is begonnen in de laatste dagen van september. De eerste resultaten in de kelders laten een druif-/wijnopbrengst zien die in veel gevallen beneden gemiddeld ligt met een suikergehalte van de most dat bovengemiddeld hoog is en een zuurtegraad die lager dan gemiddeld ligt, in het bijzonder het appelzuur. Ondanks het “gekkenweer” is er op Sardinië sprake van een productietoename van 5%, vooral dankzij de kwantitatieve inhaalslag van enkele gebieden (waarbij toenames van 40-50% zijn vastgesteld), zoals in de Campidano-vlakte en de Sulcis Iglesiente-regio in het Zuid- Westen, die in 2010 getergd werden door grote verliezen veroorzaakt door schimmels. In menig areaal in het noorden van het eiland, vooral in de wijngaarden zonder irrigatieinstallatie, heeft zich een kleine daling van de productie voorgedaan, in de orde van grootte van 5%.


























